Leer nu de Thaise taal bij Thaibel !

Leer nu de Thaise taal bij Thaibel !

Wees er snel bij, de inschrijvingen gaan vandaag van start
Een Thaibelfamilie op reis

Een Thaibelfamilie op reis

Lees het eigenzinnige vervolgverhaal van onze Ondervoorzitter in Thailand
Thaise kooklessen bij Thaibel vzw in het najaar 2010

Thaise kooklessen bij Thaibel vzw in het najaar 2010

Ontdek de nieuwe data en schrijf snel in !

Deel 4 vervolgverhaal: een Thaibelfamilie op reis

15 Juli 2010
 
Vanmorgen om half acht stond heel onze troep gewassen en gestreken beneden. Iets wat ik thuis nooit op tijd gedaan krijg. Blijkbaar wilde ieder van ons terug in die tuk tuk kruipen, ook omdat we wisten dat na de middag het niet meer doenbaar is om nog veel tempels te bezichtigen. Echt, ik heb me al dikwijls uitgewrongen gevoeld, zij het meestal wel financieel, maar hier heb ik dat gevoel toch ook.    Van zodra je na elf uur doorheen zo'n ruïne loopt begin je te zweten als een lekkend vat. De zon schijnt hier zonder mededogen en er is maar weinig schaduw. De sunblock die ik overvloedig had opgesmeerd smolt na een uurtje terug uit mijn huid en deed me eruitzien als een witte zombie. Toegegeven, misschien is dat wel een verbetering, maar in ieder geval is het toch geen zicht.
 
Intussen heb ik ook wat van dat Cambodjaans geleerd. Een goeiedag gaat hier als 'one bottle one dollaa, sir' of 'postcard one dollaa, sir', waarmee ze willen zeggen dat alles wat je hier als vreemdeling koopt je 1 dollar moet betalen, zij het een liter water of tien postkaarten. Gemakkelijk. 
Als je vraagt hoe iets eruitziet zeggen ze hier 'seem seem but different', waaruit je dus helemaal niets kunt opmaken. Dat ik succes had bij de vrouwen had ook geen twijfel. Overal waar we toekwamen lieten ze mijn bende aan zich voorbijgaan en concentreerden de Cambodjaanse verkoopsters zich op mij. Je kunt als westerling nergens komen of ze blokkeren je weg met de armbanden, boeken of vodden die ze willen verkopen. De knapsten kijken dan recht in je ogen en met hun lepe glimlach prijzen ze hun waren aan. Beangstigend en uiteindelijk uiterst irritant.   
 
We zijn ook vroeger gestopt en hebben het vandaag kalmer aan gedaan. Als je de eerste dag wat veel van die tempels hebt gezien is dat ook logisch. Ik vroeg onze tuk tuk vriend wat Siem Reap nog te bieden had en hij stelde het Cambodian Cultural Village voor. Wat cultuur zei ons wat, ook omdat we dachten dat zoiets wel met winkeltjes en shopping te maken zou hebben. Inkom was 11 dollar, Adhemar die we een paar jaar jonger toverden kostte maar 2 dollar. We namen eerst onze tijd om in het wassenbeeld museum wat van de airco op te snuiven zodat we terug wat konden recupereren. In de gigantische tuin hebben ze ook zoiets als mini Cambodja met miniatuurbeelden van belangrijke gebouwen zoals belangrijke tempels, het koninklijk paleis en de markt in Pnom Penh. Men had ons gezegd dat er een binnen de tien minuten een show zou beginnen, maar de loomheid was bij ons al wat ingetreden. We sleurden ons naar de voorstelling en waren dan blij dat we nog konden zitten. De vermoeidheid was zichtbaar. 
 
Blijkbaar hebben ze hier een eigenaardig systeem van voorstellingen. Telkens als een show gedaan is begint er tien minuten later in een volgend auditorium een nieuwe. De meeste van de aanwezige touristen waren Chinezen, Cambodjanen en Vietnamezen, en ook de voorstellingen werden in het Chinees en Cambodjaans aangekondigd, met slechts een fractie in het Engels. Telkens een show bijna gedaan was stond het rode leger op en holde naar de volgende theateropstelling. Voor applaus op het einde hadden ze weinig tijd.    Zo had je voorstellingen in een Cham dorp, een Khmer dorp, in een drijvend dorp en zelfs in een Chinees dorp. De Chinese touristen keken met een zeker déjà vu gevoel hun ogen uit, ze dachten dat ze vergeten waren op het vliegtuig te stappen. Eerlijk gezegd, ik was blij van dit gedaan te hebben, het was een exotisch aangename dag.
 
Vanavond zijn we dan maar gaan eten in de village, ze hebben er een groot buffet restaurant met, je gelooft het bijna niet, een show. Je kent dat, een stukje van de Ramayana, wat boeren verhalen en wat liefdesverhalen. Net gisterenavond maar nu op een kleiner podium en met wat minder dansers, maar evenmooi. Seem seem but different. De Vietnamezen aan de tafel naast ons genoten allen van dat zo typisch Cambodjaans bier uit Nederland, je kent dat wel, dat van die groene blikjes. Belgisch bier heb ik hier nog niet gezien, maar door de hitte zal een donkere trappist er hier toch maar moeilijk ingaan.
 
 
16 Juli 2010
 
We zijn allemaal uitgeput. Het was weer een zware dag. Eerst gingen we naar het Tonle Sap meer, maar toen we daar aankwamen bleek het 15 dollar per persoon om in zo'n longtailboot twee uur op het meer te varen. Ik ben vorige keer het meer overgestoken in een ferry en langs verschillende dorpen op stelten en vlotten gepasseerd langs de andere kant, maar vermoed dat het vandaag kunstmatig en veel te toeristisch zal zijn en vond het dan ook veel te duur. Verder tot aan het vissersdorp rijden mochten we ook niet of we moesten taks betalen, dus zijn we maar teruggereden. Het panorama onderweg loonde wel de moeite. De huizen staan op stelten langs de weg die bovenop een dijk ligt en die wat verder op vlotten, dus sterk gelijkend op dat vlottend dorp. Seem seem but different. 
 
Het was vandaag wat minder warm en wat bewolkt zodat mijn dochter besliste om naar die verste tempel, Banteay Srei te gaan. Onze tuk tuk vond dat we hem dan maar extra moesten sponsoren en na wat afdingen was 20 doller een aanneembaar bedrag. Onderweg was het een en al genieten. Het landschap is mooi en het geheel lijkt op Thailand dertig tot veertig jaar terug, met kleinschalige landbouw, houten paalwoningen en zonder industrie. De vrouwentempel waar we kwamen was inderdaad nog in redelijke staat, zeker na het stuk per stuk uiteen halen en herbouwen op een betonnen fundering. Wat die beelden van apen in die tempel deden weet ik niet, waarschijnlijk een mythologische voorstelling van de echtgenoten. Maar na het zien van zoveel oude Khmer gebouwen wordt het wel een beetje seem seem. 
 
Op de terugweg nog naar het landmijnenmuseum gegaan. Daar vind een hoop van die rommel opeengestapeld en wat uitleg over hoe je die prullen moet detoneren. Op de kaart met mijnenvelden kleurt Cambodja grotendeels rood. Over honderd jaar zullen de boeren er hier zoals in de Westhoek nog last van hebben. Geloof het of niet, toen ik vroeg hoeveel zo'n pokkending kost was het gewoonlijke antwoord: one dollaa. 
 
Morgen gaan we naar Pnom Penh. Het feit dat er op Hate Thailanddag gisteren niets gebeurd is heeft mijn Thais overtuigd om verder naar de hoofdstad te gaan. Dat de Thai zich hier niet zo welkom voelen heb ik al honderden malen mogen horen, tot zelfs op tv. Inderdaad hier in het hotel kan mijn dochter via de satelliet haar soap volgen, iets over een Thaise kickbokser en zijn liefje, en volgt mijn echtgenote het nieuws over de betoging in Pnom Penh tegen de Thai. Er werd sedertdien dan ook bijna geen Thais meer gesproken als er andere mensen bij waren, kwestie van niet te provoceren. 
 


Vanavond weer naar een ander restaurant geweest, het Koulen restaurant, ook weer buffet voor dezelfde 12 dollar de man en halve prijs voor de kinderen. Blijkbaar een standaardprijs voor zoiets. Raad maar welke show we gezien hebben, iets van de Ramayana en wat verhalen over een boerinnetje en haar loze vissertje, maar ditmaal met een live orkest. Seem seem but different. Eindelijk heeft mijn echtgenote een van die story's uitgelegd. De mooie engel Mekhala gooit lichtflitsen vanuit de hemel (hier voorgesteld doordat ze zit op een tafel van 20 cm hoog) en de reus Ramasoon die wat ronddanst met een bijl beginnen samen te dansen en dan, terwijl de toneelverlichting wat aan en uitflikkert, hakt de reus op de lichtflits zodat die wat gebroken is. Dit is duidelijk de wetenschappelijke verklaring van de oorzaak van de bliksem. 
 
17 Juli 2010
 
Aangekomen te Phnom Penh na een lange trip in een nogal warme airco bus. Ook eventjes de baby van een moeder die hem op overschot had, vastgehouden en doorgegeven.   Niemand wilde hem mee naar huis nemen, dus kwam hij op het einde terug bij de moeder terecht. De weg van Siem Reap via het noorden van de Tonle Sap rivier was goed behalve op één enkele plaats waar er werken waren. Een enorme verbetering tegenover vroeger toen er enkele bruggen kapot waren en ik verplicht was om mee met de vrachtwagen langs de andere kant te rijden en dan de ferry te nemen die dan uren vaarde van het ene naar het andere vissersdorp aan de overkant. Het viel me toen op dat er bij elke brug een schildwacht stond omdat het risico op Rode Khmer aanvallen toen nog zeer groot was. Nu zijn ze bezig met gigantische bruggen te bouwen over de zijrivieren, iets waar men toen nog niet van durfde te dromen. 
 
Phnom Penh is ook lichtjes veranderd. Daar waar er zestien jaar geleden nog vele vervallen oude koloniale Franse villa's stonden zijn die nu bijna allemaal afgebroken en vervangen door mooie gebouwen met zes verdiepingen. Toen hadden ze hier het elektriciteitsnet nog niet uitgevonden en moest elk hotelletje stroom maken met een eigen generator die op het voetpad lawaai stond te maken. Nu zijn die generatoren weg en is er zelfs een telefoonnet, gsm-net en internet. De vooruitgang is hier bezig. De vele bromfietsen en auto's in het verkeer doen me denken aan Vietnam. De mensen hier zijn duidelijk niet meer zo arm als destijds, natuurlijk buiten de vele gehandicapte slachtoffers van mijnen gerekend. Ook op de bus zaten er minstens twee, maar ik moet zeggen dat die hun mannetje stonden en dappere kerels waren. Ik had het van een van hen eerst zelfs niet gezien dat hij een houten been had. 
 
Toen de bus uiteindelijk halt hield aan een park werden we aangesproken door een tuk tuk bestuurder die ons naar een goed geprijsd hotel wilde brengen. Het werd een nogal donker hotelletje in een buurt vol metaal bewerkende bedrijven. Eerst vroegen ze 25 dollar voor een kamer, dan 20 en wilden ze uiteindelijk met mijn bod van 18 dollar meegaan. Mijn echtgenote vond het echter maar niets, ze stelde voor om te voet verder te gaan. Ik vond dat het leukste. De tuk tuk verzekerde ons dat we nergens beter af zouden zijn en wees ons in de richting van waar de andere hotels waren. Aan de eerste de beste westerling vroeg ik echter hetzelfde en die wees natuurlijk de tegenovergestelde richting uit. Intussen schaduwde de tuk tuk bestuurder ons, in de hoop van dat wij onze moedwil opgaven en hij ons toch nog elders een hotelletje kon slijten, kwestie van wat commissie te ontvangen. Maar niemand van mijn meute Thai protesteerde en uiteindelijk vonden we het allemaal een leuke wandeling. Het eerste hotel dat we tegenkwamen was het Castle hotel. Zes hoog, nieuwbouw, mooie lobby en luxueus uitziend. Na wat onderhandelen werd de 18 dollar er 80, maar waren we allemaal gelukkig, zeker toen bleek dat het ontbijt inbegrepen was en er zelfs een zwembad naar ons lonkte.  
 
18 Juli 2010
 
Heerlijk ontbijt gehad in het panoramarestaurant op de 6de verdieping. Alleen, wat dacht je. Het razend enthousiasme van gisterenavond was verdampt. Toen ik om 7 uur iedereen probeerde te wekken, na zelf eerst een lange poos in het heerlijke bad gelegen te hebben, wou niemand van mijn bende opstaan. Voor mij was het vroege opstaan geen probleem. Ik word toch altijd op dit uur wakker, een minuut voor Yings luidruchtige GSM-alarm afgaat. Gisterenavond nochtans was hun energie echter niet te temperen. Ze speelden als gekken in het zwembad tot een van hen haar avondmaal samen met het chloorwater in de toiletten mocht kieperen. Van efficiëntie gesproken.
Zo vroeg 's morgens zat de ontbijtzaal vol Vietnamezen en Chinezen, meestal handelaars die naar Phnom Penh kwamen voor het zakendoen. Zij zijn degenen die hier voornamelijk grondstoffen zoeken en de eerste industrie komen opbouwen. 
 
Tegen 9 uur pas was de laatste van mijn Thais klaar om te ontbijten, mijn echtgenote klaagde dat we niet met zijn allen samen waren gaan ontbijten, maar ik ben er dan maar gaan bijzitten uit sympathie. Op dat ogenblik waren er enkel nog wat Westerse toeristen die zeer relaxt van de dag wilden genieten. Waarschijnlijk had ik het verkeerd gedaan met zo vroeg op te staan.
 
Deze dag was inderdaad relaxed. Hier in Pnohm Penh valt er eigenlijk buiten de killing fields nog enkel het koninklijk paleis en het nationaal museum te bezichtigen. Een bezoek brengen aan een gevangenis van de Rode Khmer zit er bij mijn bende niet in. Ze vinden dat er al genoeg miserie in de wereld is dat ze er nog niet moeten naar gaan zoeken. Ik had het destijds al gezien, vond het toen ook erg maar kon het niet geloven toen ze zegden dat in elk graf er tienduizenden lijken lagen. Het leek me dat zoveel lijken meer ruimte in beslag nemen an een twintigtal kubieke meters, zeker als je na enkele jaren nog geen grondverzakking ziet. Maar wie ben ik? Het is alsof ze hier elders geen plaats zouden hebben om ze te dumpen.
 
Het Nationaal Museum was mooi. Het was er warm, maar doenbaar. Blijkbaar heeft Adhemar toch iets verkeerds gegeten of gedronken want nu moet hij van toilet naar toilet lopen. Hij ziet er echt van af. Intussen knielen mijn Thai voor elk Boeddhabeeld dat op iets trekt, bidden wat, steken een bloempje in een vaas, sponsoren wat en doen dan wat buigoefeningen. Het beeld van koning Jayavarman VII dat hier als heilig beschouwd wordt bekijken ze niet. Hij is de man die hier destijds de meeste Khmer gebouwen oprichtte, maar ook het land in een financiële crisis achterliet. Ik als goedgelovige neem wat afstand van al dat bidden en bekijk het als een toerist met een foto opportuniteit.
 
We hebben eerst gegeten en Adhemar wat op het internet laten spelen, uit ervaring het beste geneesmiddel, en zijn dan vertrokken naar het koninklijk paleis. Te laat merkten we op dat Murphy de deuren pas om 14 uur terug opent, ons geluk, we zijn hier een uur te vroeg aangekomen . Om de tijd door te brengen stappen we dan maar wat langs de rivier op zoek naar een shopping complex. Een boogscheut voorbij de prachtige gebouwen van het ministerie van justitie en het koninklijk paleis vinden we nogal wat luxe condominiums. In de verte ontwaart Caroline Naga World, een mooi woningcomplex. Het is me inderdaad nogal wat. Uit sympathie staan er zelfs nog wat bouwkranen bij, wat wijst op de grote behoefte aan shoppingcentra alhier. Echter, na ons een halfuur doorheen een verschroeiende zon meegesleept te hebben komen we in het gebouw waar de vrieswind van de airco ons doet bibberen van de kou. Hier bemerken we dat er geen winkels zijn maar een casino. Shopping doen buitenlanders blijkbaar in Hongkong, Sjanghai of Singapore. Een casino werkt als een bank, je mag er je geld komen beleggen maar ophalen is iets moeilijker. Het shopping complex aan de overkant is veel kleiner en soberder en richt zich meer tot de lokale Cambodjaan.
 
Van zodra we onbeschermd aan het koninklijk paleis in de wachtrij voor buitenlanders staan begint het pijpenstelen te regenen, kwestie van de motivatie erin te houden. De overdekte wachtrij is er enkel voor de Cambodjanen. Mijn Thai vinden het echter ook niet kunnen dat ze hier drie verschillende prijzen kennen, die voor Cambodjanen, die uit de publiciteit (met of zonder fotograferen) en die voor toeristen aan de kassa. Waar heb ik dat nog meegemaakt? Zohaast we binnen in het paleis zijn en eindelijk kunnen schuilen verdwijnt de regen en zitten we terug met die overdadige zon. Het is wel beter voor de camera.   In het eerste gebouw dat we betreden, de troonzaal, is fotografen echter verboden, maar geen wanhoop: we zullen binnen de gebouwen dit tekentje iedere keer tegenkomen. Waarom zegden ze in de folder dan dat je ervoor kon bijbetalen? In de troonzaal ligt een kleine vrachtwagen met geschenken in goedkope karton verpakking klaar voor uitreiking, alleen zijn we een paar dagen te vroeg. Naar de troon kun je enkel vanuit de verte tussen de pilaren loeren. Een tegenvaller. In het volgende gebouw, een open salla, liggen blijkbaar wat opgerolde tapijten en mag je enkel van onderaan de trap kijken. 
 
Dan kom je door een poort bij het Boeddhistische gedeelte van het paleis. De Ramayana uit het deels vervallen fresco van de ommuring zoekt een internationale sponsor. Wie weet vind ik er wel een. In deze tuin met nogal wat bijzonder mooie stupa 's staat ook de tempel met het wereldbefaamde gouden beeld van Boeddha. Toen ik dit gebouw zestien jaar geleden voor het eerst bezocht viel me hierin het reuzegrote West-Vlaamse tapijt reeds op, waarschijnlijk meegebracht door het ministerie van ontwikkelingshulp. Nu was het vervangen door vele kleinere tapijten, maar de zilveren tegelvloer eronder had blijkbaar toch teveel te lijden gehad van de geschiedenis en de massa toeristen. Het gouden Boeddha met haar 97 kilogram en 2086 ingelegde diamanten had me toen ook reeds uit mijn slaap gehouden. Enkele afgezwaaide Israëlische militairen die als toerist doorheen Cambodja reisden vroeg ik zelfs om wat overuren te kloppen. We zouden een helikopter kapen, op de binnenkoer landen, rap rap het beeld meenemen en wegvluchten. Van netten over gevangenis koeren hadden ze hier toen nog niets gehoord. Het tapijt mochten ze houden, als aandenken.   Ikzelf zou van op afstand een coördinerende functie hebben, maar ja, die oud soldaten durfden niet. Het beeld staat er dus nog maar nu met knielende en biddende aanhang ervoor. 
 
's Avonds nog rechtstreeks naar de Nightmarket gewandeld. Ik heb intussen geleerd om de tuktuks de weg niet meer te vragen. De kinderen bleven intussen op de kamer kijken naar de tv-film die we een week ervoor in de cinema hadden gezien, gewoontjes dus. Mijn dochter had gevraagd om het meest typische t-shirt van Cambodja mee te nemen, “same same but different”, kwestie dat ze aan iedereen kan tonen dat ze hier is geweest.
 
19 Juli 2010
 
Een trein-tram-busdag. Gisterenavond nog rap eventjes naar de ticketboer gegaan en omdat de vluchtkantoren gesloten waren dan maar met het openbaar vervoer geboekt. Terug dezelfde verfoeilijke transportmaatschappij, maar ditmaal was het een droom. We hebben rustig geslapen, de mensen waren vriendelijk en de airco was perfect. Wat waren wij toch klagers. In Thailand aangekomen namen de Thai het voortouw. Hier kenden zij het. We zijn dan maar wat rondjes gaan stappen op zoek naar de juiste vertrekplaats van de bus. Gewoontjes.

Media

The Nation  Chiangmai Mail  The Bangkokpost  Thairath

Thaibel Youtube Channel

Nieuwe Thaibel leden

  • Con van Kappel
  • Donald Laugs
  • Thierry Kumps
  • Frits Koster
  • Steve Vervloet
  • Lode Scheelen

Archieven

September 2010
madiwodovrzazo
303112345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930123

Ook dank voor uw spontane giften als blijk van steun.
THAIBEL VZW - Grotesteenweg 249/3, B-2600 Berchem - België
GSM 0471/ 470. 980
B.S. : 14.2.1985 – 1387/85 | Bank  accnr. KBC: 409-7066551-48 | IBAN BE11 4097 0665 5148 | BIC-code KREDBEBB
info@thaibel.be  www.thaibel.be
© Copyright Thaibel VZW 2005 - 2010, Alle rechten voorbehouden | Disclaimer